EEN LEERPROCES

Leerlingen, leraren en ouders hebben het moeilijk om zich aan te passen aan het “nieuwe normaal” in het onderwijs. Gelukkig kunnen de leden van Kiwanis hen helpen.

Door Julie Saetre

De digitale kloof tussen hen die toegang hebben tot het internet, pc’s en andere vormen van informatie- en communicatietechnologie en diegenen die het zonder dat alles moeten doen, stond al voor de uitbraak van de Covid-19-pandemie de onderwijsgelijkheid in de weg. De plotselinge overstap naar het afstandsleren heeft die kloof nog verder uitgediept.

Volgens het Pew Research Center heeft zowat 15% van de Amerikaanse huishoudens met schoolgaande kinderen geen toegang tot het internet. Bovendien is het ene gezin het andere niet. Uit een rapport van het National Center for Education Statistics uit 2019 blijkt namelijk dat bijna 20% van de Afro-Amerikaanse kinderen tussen 3 en 18 jaar oud – en 21% van de gezinnen met een jaarlijks inkomen lager dan 40.000 dollar, of omgerekend 35.5000 euro – thuis geen internetverbinding hebben.

Dit probleem beperkt zich niet enkel tot Noord-Amerika. Kinderen die aan de verkeerde kant van de digitale kloof leven, waar ook ter wereld, maken meer kans om te lijden onder de gevolgen van de schoolsluitingen, aldus Borhene Chakroun, directeur van de afdeling beleid en systemen ter bevordering van het levenslange leren van Unesco (Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur). Door de pandemie zagen scholen in 191 landen zich genoodzaakt om de deuren te sluiten. Liefst anderhalf miljard leerlingen werden door de sluiting getroffen. De helft van die jongeren – om en bij de 832 miljoen – heeft thuis geen computer. Bovendien moet 43 percent het er doen zonder internetverbinding.

Unesco laat optekenen dat 14% van de huishoudens in Europa geen toegang heeft tot het internet, en dat 22% niet over een computer beschikt. In Sub-Sahara-Afrika heeft bijna 90% van de schoolgaande kinderen geen toegang tot een computer, en 82% kan het internet niet op.

father and son work at laptop

En dan zijn er ook nog de leerlingen voor wie de drempel tot het onderwijs sowieso al hoog is – omdat ze te afgelegen wonen, of als gevolg van armoede, handicaps, ontheemding en blootstelling aan kinderarbeid, geweld en andere ongunstige leefomstandigheden.

Maar de leden van Kiwanis mogen zich niet laten afschrikken door de omvang van het probleem. Uit de cijfers blijkt namelijk dat je overal, waar je club zich ook bevindt, kinderen, ouders en leraren zult vinden die je hulp nodig hebben.

In april 2020 heeft de Southern Education Foundation met “Distance Learning During COVID-19: 7 Equity Considerations for Schools and Districts” een overzicht van de prioriteiten gepubliceerd: de leerlingen bereiken die geen toegang tot het internet hebben; de leerlingen aan die toegang en aan andere noodzakelijke technologie helpen; kinderen die Engels leren en leerlingen met specifieke behoeften ondersteunen; gepersonaliseerde ondersteuning op maat uittekenen en aanbieden; ondersteuning van leraren; inspelen op de behoeften op het vlak van geestelijke gezondheid van leerlingen en leraren; en de ouders ondersteunen in de rol die ze spelen in het afstandsleren.

Geen twee gemeenschappen zijn gelijk, en daarom kun je beter nagaan op welk vlak de inzet van je club nodig is voor je meteen alle zeven de punten gaat aanpakken.

“In sommige gemeenschappen situeren de voornaamste behoeften zich op het vlak van materialen en toegang tot wifi”, aldus Titilayo Tinuba Ali, directeur research en beleid van de Southern Education Foundation, een Amerikaanse non-profitorganisatie die in 17 zuidelijke staten ijvert voor een gelijkekansenbeleid en dito praktijken in het onderwijs voor leerlingen uit gezinnen met een laag inkomen en gekleurde leerlingen. “In andere gemeenschappen moeten we veeleer werken rond digitale geletterdheid, en kunnen leraren en gezinnen vrijwilligers nodig hebben die hen via een hotline helpen de technologische uitdagingen het hoofd te bieden. Met, bijvoorbeeld, een bevraging of evaluatie van de gemeenschap kun je de behoeften definiëren en nagaan waar en hoe je ondersteuning kunt bieden.”

Als je servicedoelen dan afgebakend zijn, kun je ze met behulp van onderstaande tips ook waarmaken.

Kids working on computer

Ondersteuning van diegenen zonder toegang het internet. Slechts weinig leden van Kiwanis zullen woningen kunnen bekabelen, maar de meesten kunnen wel het internet (en de bijbehorende toegang tot kennis) tot bij de bewoners brengen.

“We hebben gezien hoe districten creatieve partnerschappen aangaan met gemeenschapsorganisaties en pleeghuizen om de behoeften van die leerlingen in te vullen”, vertelt Ali. “Zo slaan ze, bijvoorbeeld, de handen in elkaar met plaatselijke drukkerijen en bezorgen ze leerlingen die geen toegang hebben tot het internet het lesmateriaal in gedrukte vorm, of zetten ze bestelwagens of bussen met een wifiverbinding in om de leerlingen online te krijgen. Ook de gemeenschapscentra zelf kunnen uiteraard dienstdoen als wifi-hotspot.”

Een andere optie: lowtech oplossingen. Voor de komst van het internet werden er, bijvoorbeeld, educatieve tv-programma’s voor kinderen uitgezonden.

Ga via de scholen of de gemeenschapszender van je stad of de lokale Public Broadcasting Service (niet-commercieel educatief televisienetwerk), na of er vrijwilligers nodig zijn om de onderwijsprogramma’s, al dan niet op antenne, te ondersteunen.

Ondersteuning via praktische technologische hulpmiddelen.  Wereldwijd schenken Kiwanis Clubs nu al tablets en laptops aan scholen en leerlingen die dat nodig hebben. De technologische hulpmiddelen die je een paar jaar geleden hebt verspreid met je district, kunnen verouderd en daardoor niet meer geschikt voor de huidige lessen zijn, want de technologie staat niet stil.

Denk er ook om dat wat voor jongere leerlingen werkt niet altijd geschikt is voor hun oudere collega’s.

Ondersteuning van kinderen met specifieke behoeften. De ondersteuning van kinderen met autisme of speciale behoeften of kinderen die het Engels nog niet helemaal beheersen, komt er vaak op neer dat hun ouders of voogden worden bijgestaan.

“Alles begint bij de erkenning van de verschillende uitdagingen, waarbij rekening wordt gehouden met de eigenheid van de ouders en gezinnen, en die kan heel uiteenlopend zijn”, legt Ali uit. “Daarna bied je de ouders en verzorgers in je gemeenschap de ondersteuning die ze het hardst nodig hebben. Zo kun je, bijvoorbeeld, als vrijwilliger bijles geven als de ouders en familieleden niet kunnen instaan voor de nodige studiebegeleiding. Misschien moeten ze werken, hebben ze geen tijd, of staan andere structurele belemmeringen de begeleiding in de weg. Daarnaast kunnen gezinnen die thuis geen Engels spreken misschien wel de hulp gebruiken van vrijwilligers die dienstdoen als tolken of vertalers.”

Gepersonaliseerde ondersteuning op maat (‘wraparound services’) beschikbaar maken. Veel leerlingen hebben het voedsel dat ze op school krijgen nodig om hun gezin te eten te geven. De voedselinzamelingen die de leden van de Kiwanis-familie sinds het begin van de pandemie hebben georganiseerd, zullen dan ook van essentieel belang blijven. Kinderen en gezinnen die voor de uitbraak van het coronavirus voedsel, kleren, toiletartikelen en andere basisbenodigdheden nodig hadden, zullen een beroep blijven doen op die hulp. Door de pandemie zijn bovendien veel banen verloren gegaan, waardoor de vraag naar die basisproducten nog toegenomen is.

Leraren een handje helpen. Voor sommige leraren begint een typische dag afstandsleren om 7 uur ‘s morgens, en soms kunnen ze pas om 10 of 11 uur ‘s avonds afsluiten. De leraren moeten niet alleen tijd investeren in het aanleren van de nieuwe technologieën, maar coördineren ook virtuele groepslessen, spreken online af met individuele leerlingen om problemen op te lossen, bereiden kinderen voor op hun examens, noem maar op.

Een leraar helpen via virtueel vrijwilligerswerk: Je kunt een leerling die daar behoefte aan heeft begeleiden of bijles geven, of je kunt als gastspreker optreden tijdens een online klasbijeenkomst.

Inspelen op emotionele behoeften. “Zowel leerlingen als leraren kunnen zich geïsoleerd voelen, de zorg voor familieleden kan een zwaardere last op hun schouders leggen, het gezinsinkomen kan dalen, er kan iemand overlijden en er kunnen zich andere ingrijpende gebeurtenissen voordoen”, vertelt Ali. “De organisatie van virtuele welzijnsdagen voor leraren, met activiteiten zoals yoga, mindfulness en steunkringen, en de inzet van virtuele raadgevers of gemeenschapsbegeleiders zijn manieren om je gemeenschap te dienen. Ook de uitbreiding van leerprogramma’s en naschoolse en zomerprogramma’s is een uitstekende gelegenheid om de krachten te bundelen met scholen en voor een zekere continuïteit te zorgen wat betreft de sociale en emotionele ondersteuning.”

Er zijn voor de ouders. Terwijl leraren een beroep kunnen doen op virtuele vrijwilligers, wordt er van de ouders ontzettend veel verwacht. Leden van Kiwanis, CKI en Key Club verlichten de last door bijles te geven, boodschappen te doen, in de tuin te werken of andere diensten te verlenen, zodat de ouders zich volledig kunnen toeleggen op hun gezin en hun professionele verantwoordelijkheden.

Het zal niet makkelijk zijn om de digitale kloof te dichten, en het zal een werk van lange adem worden. Maar het zal ook de deur openen naar een nieuwe wereld vol ongekende onderwijsmogelijkheden.


 

Submit a comment

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s